Onze lage tolerantie voor ongemak (en wat dat ons kost).
5 maart 2026
We zijn allergisch voor ongemak.
Het begint vaak klein.
Een onrustig gevoel op zondagavond.
Twijfel na een meeting.
Een appje waar je nét iets te lang over nadenkt.
Dat lege gevoel als je eindelijk stilzit.
En wat doen we?
We pakken onze telefoon.
We zetten iets aan.
We openen de koelkast.
We gaan sporten.
We gaan werken.
Of – mijn persoonlijke favoriet onder cliënten – we gaan er héél veel over nadenken.
Alles, behalve even voelen wat er eigenlijk speelt.
In mijn praktijk zie ik het dagelijks. Slimme, capabele mensen die veel kunnen dragen in het leven. Maar zodra er innerlijk ongemak opkomt, gaan de alarmbellen af.
En dat is niet gek. We leven in een wereld waarin alles direct opgelost moet worden. Pijnstillers voor hoofdpijn. Apps tegen verveling. Coaching voor onzekerheid. Snelle antwoorden op alles.
Maar sommige dingen willen niet opgelost worden. Die willen gewoon even ruimte.
Onze standaardreactie: fixen, afleiden of analyseren
Globaal zie ik drie reacties:
- Verdoven
Een drankje. Eten. Een pilletje. Scrollen. Binge-watchen.
Even niks voelen. - Volproppen met activiteit
Meer werken. Meer sporten. Meer plannen.
Druk is veiliger dan stil. - In je hoofd kruipen
Analyseren. Scenario’s maken. Piekeren.
Denken voelt productief, maar vergroot vaak de onrust.
Alle drie werken. Kort.
Maar ze leren je niet om steviger te worden vanbinnen.
Sterker nog: hoe sneller je ongemak wegduwt, hoe sneller je systeem denkt dat het blijkbaar gevaarlijk is.
En dan word je er gevoeliger voor.
Niet zwakker. Gevoeliger.
Wat werkt dan wel?
Geen grote inzichten.
Geen eindeloos graven.
Geen labels.
Gewoon oefenen in hoe je met jezelf omgaat op het moment dat het speelt.
Hier zijn een paar dingen die ik vaak meegeef in mijn praktijk.
1. Doe even… niks
Serieus.
Als je merkt dat je automatisch je telefoon wilt pakken: wacht 60 seconden.
Niet mediteren.
Niet analyseren.
Niet oplossen.
Gewoon even zitten.
Die 60 seconden voelen vaak langer dan een kwartier. Dat is precies de oefening.
2. Blijf bij één lichamelijk punt
Je hoeft gevoelens niet te benoemen of te verklaren.
Kies gewoon één plek in je lichaam waar je iets merkt.
Borst. Buik. Schouders.
En houd daar je aandacht. 30 seconden.
Dat is alles.
Je traint hiermee iets belangrijks: aanwezig blijven zonder direct in actie te schieten.
3. Kies bewust mini-ongemak
Dit is mijn favoriet.
Ongemak-tolerantie bouw je op zoals conditie. Klein en herhaalbaar.
Bijvoorbeeld:
- Stuur dat spannende mailtje vandaag wél.
- Ga dat lastige gesprek niet uit de weg.
- Zit 5 minuten zonder afleiding.
- Zeg eerlijk dat je iets spannend vindt.
Niet groots en meeslepend. Gewoon kleine momenten waarop je niet wegloopt.
Elke keer dat je blijft staan, groeit er iets.
4. Stop met alles analyseren
Als je merkt dat je rondjes draait in je hoofd, stel jezelf één simpele vraag:
Helpt dit denken me nu vooruit?
Zo niet, parkeer het.
Schrijf het op. Plan een denktijd.
Maar blijf niet eindeloos malen.
Denken is een fantastisch instrument.
Maar niet als het je enige strategie is.
5. Bouw herstelmomenten in (zonder verdoving)
Veel mensen denken dat ze ontspannen als ze scrollen of Netflixen.
Dat is afleiding. Geen herstel.
Echt herstel is:
- Wandelen zonder podcast
- Douchen zonder telefoon
- Even uit het raam staren
- Muziek luisteren zonder tegelijk te appen
Saai? Misschien.
Effectief? Absoluut.
Je zenuwstelsel heeft lege ruimte nodig om te herstellen.
Dit gaat niet over “meer voelen”
Het gaat niet over uren stilstaan bij emoties.
Niet over je hele verleden uitpluizen.
Niet over alles begrijpen.
Het gaat over iets heel praktisch:
Kun je even blijven zitten als iets ongemakkelijk voelt?
Kun je een lastig moment niet direct wegduwen?
Kun je jezelf trainen om niet overal op te reageren?
Dat is mentale spierkracht.
En het mooie?
Die is trainbaar.
Groei zit vaak precies daar
Niet in nog meer controle.
Niet in nóg beter je best doen.
Maar in iets simpels:
Blijven staan waar je vroeger wegliep.
De mensen die ik het meest zie groeien, zijn niet degenen zonder ongemak.
Het zijn degenen die geleerd hebben om er iets minder bang voor te zijn.
En dat begint klein. Vandaag al.